van oorlogsschans tot
bedehuis
Zoals het opschrift boven de entree verhaalt, is de Groote Kerk gebouwd op de plaats waar zich tijdens de Tachtigjarige Oorlog een oorlogsschans bevond. Nadat de watergeuzen Den Briel hadden ingenomen, bestond het gevaar dat de Spanjaarden vanuit Maassluis een tegenaanval zouden doen. Om dat te voorkomen gaf Marnix van Sint-Aldegonde opdracht tot het bouwen van een schans. Het mocht niet baten: Maassluis werd alsnog ingenomen.
Nadat de Spanjaarden uit Maassluis verdreven waren en de schans was afgebroken, werd in 1629 begonnen aan de bouw van de Groote Kerk. De kerk is gebouwd in de vorm van een Grieks kruis naar voorbeeld van de Noorderkerk in Amsterdam. De tekeningen van deze kerk werden gekocht van Pieter de Keyser, zoon van de Amsterdamse bouwmeester Hendrick de Keyser. De kosten van de bouw van de kerk bedroegen 78.000 gulden. De bouw van de kerk werd onder andere gefinancierd door de belasting op aangevoerde vis.
Met een onderbreking van vijf jaar was de kerk in 1639 klaar. De onderbreking in de bouw werd veroorzaakt door de Duinkerker kapers, die vele Maassluise vissersschepen buitmaakten en de bemanning overboord gooiden. De inwijding vond plaats op 9 oktober 1639 door ds. Fenacolius. Bijzonder is dat het gebouw vanaf het begin als Protestantse kerk gebouwd is. Het is hiermee een van de eerste Protestantse kerken in Nederland.
EEN NIEUWE TOREN
De Groote Kerk was in 1639 nog maar net gereed of de kerkgangers begonnen het middendeel van het gebouw te mijden. Hierboven stond de 30 meter hoge houten toren. Maar de vier extra verzwaarde pilaren in de kerk bleken onvoldoende berekend op het gewicht van de toren met haar zware luidklokken. Krakende geluiden waren niet vreemd voor het Maassluise vissersvolk, maar een verzakkende toren en inzakkend dak, dat ging te ver. Acht jaar na de feestelijke opening van de kerk werd de situatie met de toren als ‘zeer ernstig’ omschreven. Men was bang dat de toren zou omvallen en het dak het zou begeven.
Arent van ’s-Gravesande maakte het ontwerp voor een nieuwe toren. De kosten zouden 23.000 gulden bedragen. Tenminste, dat dachten ze. De kosten voor het heien bleken niet in de begroting opgenomen. Achter in de kerk lagen ‘duysent masten van zeven palmen’. Dat waren de heipalen voor de toren [een palm was ongeveer 10 centimeter]. Deze waren in Amsterdam gekocht en per schip naar Maassluis gebracht, waar ze met de houten kraan aan de Marnixkade gelost waren. De korte palen gingen boven elkaar de grond in. Dat duurde vijf maanden. Op 15 januari 1649 werd eindelijk de eerste steen gelegd. Hiervan bestaat nog een gedenksteen boven de toreningang. Zo verdween de grote middentoren en werd instorten van de kerk voorkomen. Op het dak kwam een klein torentje met als windwijzer een koperen haringbuis, een verwijzing naar de visserij.




VISSERIJVERLEDEN
Tot 100 jaar geleden leefde Maassluis bijna uitsluitend van de visvangst op zee. In 1917 lagen meer dan 100 loggers, waaronder veel stoomloggers, in de haven. Daarna verdween de vissersvloot heel snel. De kerk kent diverse verwijzingen naar het visserijverleden van Maassluis. Allereerst is er het gewelfde plafond, wat wel iets weg heeft van een houten ton. Volgens de overlevering gemaakt van latjes die afkomstig zijn van overgebleven hout uit de haringvisserij. Een andere blikvanger is het zogeheten visserijbord uit 1654, gemaakt in opdracht van vier Maassluise stuurlieden en betaald door het College van de Visserij. De schilder van dit bord is Abraham van Beijeren. Het bord bevat een lofdicht op de visserij van Bartholomeus Brasser. In de kerk bevinden zich ook vele modellen van vissersschepen. Zo staan er op het uit 1660 daterende koorhek een kopie uit 1930 van een hoeker en een haringbuis. De originele modellen uit 1649 staan op de kroonlijst van het visserijbord. Links van de hoofdingang staat een model van een bark.
En tot slot herinnert ook het oude kerkzegel van de gemeente – met daarop de woorden ‘HEERE, behoet ons, wy vergaen’ – ons aan de tijd dat Maassluis een vissersstad was. De woorden komen uit Mattheüs 8:25, waar we lezen over de leerlingen van Jezus, eveneens vissers, die in een zware storm belanden. Jezus bestraft de storm en de zee wordt stil.
WERELDBEROEMD ORGEL
Toen de Groote Kerk in 1639 in gebruik werd genomen was er nog geen orgel aanwezig. De Psalmen werden de eerste 100 jaar gezongen met een voorzanger. Aangezien veel mensen niet konden lezen werd de melodie met de tekst toon voor toon voorgezongen.
Het was de rijke reder Govert van Wijn die de Groote Kerk zijn wereldberoemde orgel schonk. Hij gaf de opdracht voor de bouw van het orgel aan Rudolf Garrels. Het beeldhouw- en snijwerk werd uitgevoerd door de Maassluise meubelmaker en beeldhouwer Daniël de Vries. Op de 90e verjaardag van Govert van Wijn werd het orgel in 1732 feestelijk in gebruik genomen. Het orgel was toen kleiner dan tegenwoordig. De oorspronkelijke dispositie is helaas niet bewaard gebleven in de archieven. De oudst bekende dispositie bevat 42 registers en is opgetekend in 1753 door Joachim Hess. Deze wordt over het algemeen beschouwd als de oorspronkelijke.
Door de eeuwen heen is het orgel aangepast aan veranderende muzikale smaken. In de 20e eeuw werd het grondig gerestaureerd en zoveel mogelijk teruggebracht naar de oorspronkelijke toestand.
De bekende organist Feike Asma was van 1965 tot zijn overlijden in 1984 organist van het Garrels-orgel. Doordat hij een serie orgelconcerten startte – zoals die nog steeds georganiseerd worden – en er platen vanuit Maassluis verschenen, werd het orgel landelijk bekend. Zijn naam is nog altijd aan het orgel verbonden en zijn muziek geliefd bij jong en oud.
‘Een oorlochsschans ick was, den crychslien toegewesen.
Nu Christi Kerck ick ben, een bedehuys verpresen.’
‘Een oorlochsschans ick was,
den crychslien toegewesen.
Nu Christi Kerck ick ben,
een bedehuys verpresen.’
Heb je vragen? Wil je graag een keer onze kerk bezoeken? Wij zijn er voor jou!
Ps. Wil je de kerk huren? Klik hier…